Uitge-IPA’d en terug naar de basis

2 juni 2017 om 06:23

Met mijn vrienden ga ik een paar keer per jaar naar Amsterdam voor een middag en avond bierdrinken. Meestal is de start bij Brouwerij ‘t IJ, waarna er een aantal random gekozen kroegen wordt aangedaan op weg naar de befaamde Chinees Nam Kee op de Zeedijk. De laatste keer was weer om meerdere redenen legendarisch, maar een specifiek punt komt steeds weer terug in mijn gedachten vanwege een mooi gesprek dat we hadden.

Door Arjan Rühland

Hoewel de IPA van Brouwerij ‘t IJ een favoriet van ons is, ging onze discussie aan tafel over het feit dat vrijwel iedere brouwerij tegenwoordig een IPA in het assortiment heeft. Sterker, zonder IPA tel je niet mee als serieuze brouwer kennelijk. Naast die van ‘t IJ zijn er gerust enkele pareltjes te vinden, maar het (double-, triple- en black-) IPA-hopbombardement van de laatste jaren zorgt er ook voor dat we een beetje IPA-moe zijn. “Ik ben wel zo’n beetje uitge-IPA’d” was de mooie uitspraak van één van mijn biervrienden. Eerlijk gezegd was ik het wel met hem eens.

De laatste tijd moet ik hier steeds weer aan denken. Als groot liefhebber van (speciaal)bier, sta ik open voor veel nieuwe, onbekende biersoorten en -varianten. Wat dat betreft kun je je hart ophalen tegenwoordig, het lijkt de (Nederlandse) brouwers soms niet gek genoeg. En eerlijk is eerlijk: de IPA is een belangrijk breekijzer geweest om de stroeve, roestige bierdeur in Nederland te openen voor het grote publiek. Men realiseerde zich plots dat er meer bestond dan het slappe supermarktpils van de grote brouwers.
En het gaat niet specifiek om de IPA, meer waar het voor staat: de ‘Craft Beer Revolution’. Iedere bierliefhebber is schatplichtig aan de lui die deze revolutie hebben ontketend, maar regelmatig verlang ik gewoon naar een strak of traditioneel bier.

Het mag dan ook niet verwonderen dat ik een bewonderaar ben van de Duitse soorten. Bij Duitsers, uitzonderingen daargelaten, geen fratsen met kruiden en andere (heftige) toevoegingen. Wel al ruim 500 jaar gewoon niet afwijken van de basis: Water, gemout graan, hop en gist, that’s it. En daar kunnen ze geweldige bieren mee brouwen. Mooie pilsners, fruitige weizenbieren, straffe Alts en zachte Kölsch om maar eens iets te noemen. Bier, net als hun befaamde worsten en auto’s, zijn heilig bij onze Oosterburen. Daar wordt niet mee gesjoemeld. Akkoord, met Duitse auto’s toch weer wel, is gebleken. Maar hun biercultuur is tot nu toe verschoond gebleven van schandalen naar mijn weten.

Mijn vrienden en ik delen de passie voor Duits bier. Maar echt consequent zijn we dan ook weer niet, want ook de Belgische soorten gaan er bij ons gretig in. Graag dan weer wel de mooie, befaamde, traditionele bieren. En uiteraard een aantal van de Trappisten. Die zijn natuurlijk ook niet bepaald volgens het Reinheitsgebot gebrouwen, maar wat zijn ze goed.

Eén Trappist is veruit favoriet bij ons allemaal. Niet zozeer omdat ie echt de lekkerste is, want of ie echt beter is dan bijvoorbeeld een Orval of willekeurig welke Rochefort, dat durven we niet te zeggen. Sinds die mooie avond in Brouwerij ‘t IJ heeft ie echter definitief de allerhoogste status gekregen wat ons betreft.
Door de hele discussie over het feit dat we ‘wel uitge-IPA’d’ waren, kwam een andere vriend met de net zo geniale als simpele conclusie: “Uiteindelijk kom je altijd terug bij Westmalle. Is altijd goed. Dat is gewoon de Basis. Dat moet iedere man in huis hebben.”

Een waarheid als een koe wat mij betreft. Misschien zonder dat hij het waarschijnlijk bedoelde, gaf hij aan dat Westmalle Tripel de moeder aller Tripels is en daarom de standaard voor deze biersoort, de basis. Wellicht geldt dat ook voor de Westmalle Dubbel, een eigenlijk net zo geniaal bier. Maar wat hij in feite bedoelde te zeggen volgens mij, was dat met al het geknutsel in bierland er tegelijkertijd bier is dat altijd goed is, zomer en winter, onder alle omstandigheden. Wat al decennia lang met liefde en kunde gebrouwen wordt en wat steeds weer optimaal smaakt en verrast. Uiteindelijk keer je, na alle trendy en hippe bieren, altijd terug bij de Basis. En altijd, in grote hoeveelheden en tegen een relatief lage prijs, gewoon te koop bij de meeste supers.

Vaak gaat het door mijn hoofd als ik voor het alsmaar uitdijende bierschap in de supermarkt of slijterij sta. Ik heb inmiddels toch aardig wat bierkennis opgedaan, maar soms zie ik ook door de bomen het bos niet meer of wil het gewoon niet zien. En dan keer ik terug naar de Basis.
In algemene zin zie ik een voorzichtige trend waarbij teruggegaan wordt naar de basis en dan niet per definitie naar Westmalle. Een voorzichtige terugkeer naar klassieke en simpele, maar prachtige bieren, in wellicht nieuwe (bescheiden) jasjes. Een tegenreactie op de ‘Craft Beer Revolution’ waarbij soms niets te gek lijkt. Een beetje terug naar ‘Old School’ dus. En misschien wel een herwaardering van echt goed pils in Nederland. Want Chateau Neubourg, Swinckels, Pilsner Urquell en Trumer Hopfenspiel(!) verdienen een betere plek in het schap bij de Appie. Westmalle mag best een stukje verhuizen, die vind ik toch wel.

Blijf op de hoogte

Meld je aan op de nieuwsbrief voor tips en de nieuwste weetjes.