Einbeck, de stad van het bockbier

5 oktober 2017 om 08:53

Bockbier heeft niks van doen met een gevaarlijk uitziend dier. Waarschijnlijker is het een verbastering van het bier uit Einbeck, een kleine stad vlakbij het Harz-gebergte, een kleine 600 kilometer linea recta vanaf Utrecht naar het oosten. Bierista Twan Dohmen was afgelopen voorjaar ter plekke om de oorsprong van het in Nederland traditionele herfstbier te ontdekken.

door Twan Dohmen

Het ruim dertigduizend tellende stadje is bekend van de eeuwenoude vakwerkhuizen én het bier. De eerste vermelding van het Einbecker bier dateert van 1378. Bijna twee-en-een-halve eeuw later zorgde bierbrouwer Elias Pilcher er voor dat bockbier écht op de kaart werd gezet. In 1614 verhuisde hij van Einbeck naar München om het bockbier-ambacht voort te zetten in het beroemde Hofbräuhaus, waar toen al meer dan een halve eeuw bier gebrouwen werd. Hertog Wilhelm de vijfde was echter niet tevreden over de kwaliteit van de Münchener bier aan het ‘hof’ en besloot een echte bierbrouwer naar de stad te halen.

Ainpöck

Het bier naar ‘Ainpockhisher Art’ werd de redding van de stad. Zweedse militairen die de stad in 1632 belegerden zagen van verder plundering en in brand steken van München af in ruil voor duizend vaten bier, waarvan 361 uit het Hofbräuhaus. Het succesvolle bier werd verbasterd tot Ainpöck om vervolgens Bo(c)kbier te worden genoemd.

Martin Luther

Reformator Martin Luther had het bier al een eeuw eerder ontdekt. Op zijn bruiloft liet hij de vaten aanrukken. Tijdens de Reichstag in de stad Worms in 1521 was hij vol lof over het gerstenat: “Der beste Trank, den einer kennt, der wird Einbecker Bier genennt.”

Tijl Uilenspiegel

De legendarische schertsfiguur Tijl Uilenspiegel zou ook zijn inbreng hebben gehad. Hij ging in de leer bij een bierbrouwers in Einbeck. Hij leerde de kneepjes van het vak. Een fontein op het stadsplein herinnert aan de liefhebber. De katholieke topman in Rome was ook gecharmeerd van het speciale bier. Regelmatig ging een karrenvracht vaten naar de Italiaanse stad. En de bekende Repelsteeltje is als vrouw eveneens gecharmeerd. Bekendheden genoeg om het bier te kunnen promoten.

Sterker en zwaarder

Vooral in de 17e eeuw was het Einbecker bier populair. Het bier was wat ‘sterker’ en ‘zwaarder’ dan gemiddeld, en bovendien langer houdbaar. Het werd geëxporteerd naar alle Duitse steden, maar was ook bekend in Amsterdam, het Zweedse Stockholm, het Deense Kopenhagen en Riga (Letland). In die tijd konden inwoners van Einbeck op grond van hun huis een brouwvergunning krijgen. Meer dan zevenhonderd brouwerijen telde de stad.

Ronde poorten

In Einbeck zijn nog talloze sporen te zien van al die brouwernijverheid. De brouwerijen uit de late middeleeuwen zijn te herkennen aan de ronde poorten in de voorgevel. Door die poort vond de aan- en afvoer van tonnen bier plaats. Karren met biervaten en getrokken door paarden moesten ook door de poort kunnen.
De ketels stonden beneden op de begane grond. Vlak onder het dak bevond zich het koelschip en de opslag van de grondstoffen, van graan tot hop. In de kelder bevonden zich de vaten voor de lagering. De brouwer en zijn gezin woonden tussen zolder en kelder op de eerste verdieping.

Vakwerkhuizen

Vakwerkhuizen

Vakwerkhuizen

De vele overgebleven vakwerkhuizen in de binnenstad zijn stille getuigen van die bierproductie. Zo is ook nu nog in bijvoorbeeld de Tiedenerstraat een prachtige rij voormalige brouwhuizen te zien. Het plaatselijke stadsmuseum herbergt een kleine, maar mooie expositieruimte over bier. Emaillen platen van producenten van bockbier uit het hele land sieren de muren. Het oudste biervat van Duitsland is te zien.

Slikken of stikken

Niet alle bierbrouwerijen zijn verdwenen. De Einbecker Brauerei is na meer dan zeshonderd jaar brouwgeschiedenis overgebleven. De kleinschalige, ambachtelijke bierhuizen werden in de 19e eeuw gesommeerd door het stadsbestuur zich aan te sluiten bij de te vormen stadsbierbrouwerij. Het was slikken of stikken toentertijd voor de ambachtslieden.

Einbecker Brauhaus

Het Einbecker Brauhaus nu is een moderne bierbrouwerij in het noordelijk gedeelte van de binnenstad. Centraal staat het bockbier. Van Doppelbock tot Maibock en het Urbock. De huidige brouwerij heeft afgelopen jaar ruim 600.000 hectoliter geproduceerd en telt circa 140 medewerkers.

Oudste biervat

Oudste biervat van Duitsland

Vrouwenzaak

Van maandag tot en met donderdag kunnen liefhebbers aan een rondleiding meedoen. Inschrijven kan via het plaatselijke toeristenbureau. Gids Gundi Eggers leidt mij en een groep horecaondernemers uit de regio rond. Na een uurtje door het moderne brouwzaal met roestvrijstalen ketels, de lagerkelders en de andere productieruimten wacht een proeverij in de kelder.

Eggers: “Wij zijn in onze stad trots op ons bockbier. Bierbrouwen was ook bepaald geen aangelegenheid van mannen in de middeleeuwen. Bakken, brouwen en de opvoeding van kinderen was vrouwenzaak.”

Bierkelder

Onder de gewelven in de gezellig ingericht Bierkeller kunnen halve liters bockbier in stenen kruiken geproefd worden. Een authentieke ruimte waar het goed toeven is. De kasteleins die ook aan de rondleiding deelnamen weet ik niet bij te houden, de ene na de andere gevulde kruik gaat in een rap tempo door de kelen. Het Maibock – net vers gebrouwen en van de tap – is een smakelijk biertje maar levensgevaarlijk op de nuchtere maag. En wie niet genoeg heeft van het Einbecker Bier: de shop is elke werkdag ’s middags geopend.

Bierkelder

Bierkelder

De stad Einbeck doet nog veel meer in en met bier. Er is een heuse bierwandeling door de stad. Je wandelt langs de oude bierhuizen met hun ronde poorten en bezoekt het museum. Verder kan er een miniopleiding tot bierbrouwer worden gevolgd. Of een korte proeverij met tekst en uitleg is te boeken. Meer informatie verschaft het toeristenbureau of kijk op de website van de stad. Want zoals de stad in haar promotiebrochure zegt: “Ohne Einbeck gäb’s kein Bockbier!”